Cider

Cider is een alcoholische drank gemaakt van het gefermenteerde sap van appels. Men denkt dat het in Engeland is ontstaan en daar al eeuwenlang op grote schaal wordt geconsumeerd. Het woord “cider” is afgeleid van het Oudengelse sīdar of sīdre, dat verwees naar elke gefermenteerde drank gemaakt van vruchtensap. In Noord-Amerika verwijst cider specifiek naar ongefilterd, ongepasteuriseerd appelsap dat is gefermenteerd en gebotteld zonder toegevoegde suiker of andere ingrediënten. Cider kan in kleur variëren van lichtgeel tot diep amberkleurig, en in smaak van zoet tot droog. Het is vaak koolzuurhoudend, en kan stilstaand of mousserend zijn.

Cider wordt traditioneel gemaakt van bitterzoete of erfappel, zoals de ciderappel. Deze appels zijn te wrang en te zuur om rauw te eten, maar ze maken uitstekende cider. Het sap wordt met een pers uit de appels gehaald, en daarna laat men het gisten. Cider kan ook gemaakt worden van andere soorten appels, zoals de meer gangbare Granny Smith of Red Delicious soorten. Het gistingsproces produceert koolzuurgas, dat cider zijn karakteristieke bruis geeft.

Cider was ooit een zeer populaire drank in Engeland, vooral in de West Country waar veel ciderappels worden verbouwd. De laatste jaren is de populariteit echter wat afgenomen omdat bier en wijn populairder zijn geworden. Toch neemt cider nog steeds een belangrijke plaats in in de Engelse cultuur, vooral op het platteland waar het wordt vaak ter plaatse gemaakt en geconsumeerd.

In Noord-Amerika wordt cider al heel lang geassocieerd met de herfst en het oogstseizoen. Dat komt deels omdat veel ciderappels in de herfst worden geoogst, en ook omdat cider een prima begeleider is van herfstige gerechten zoals geroosterd varkensvlees of kalkoen. Tegenwoordig is cider echter het hele jaar door verkrijgbaar en wordt het gedronken door mensen van alle leeftijden.

Of je nu op zoek bent naar een verfrissende zomerdrank of een gezellige winterwarmer, cider is een prima keuze. Dus pak een fles (of twee) en geniet!